Geschreven door Liesbeth Bernolet

Wat nemen we mee naar de summit?

 
 

Wat we meenemen naar de summit? Jou natuurlijk! En heel wat meningen en ideeën die we verzamelden in de stad en op de drie focusavonden. Op vrijdag 18 januari gaan we er op door met tal van experten, ervaringsdeskundigen en met jou als participatief publiek.

Wat is jouw ervaring rond Nederlands in een meertalig Brussel? Krijg je meer kansen als je Nederlands kan? Welke verantwoordelijkheid heeft het onderwijs? En wat met de arbeidsmarkt? Hoe toegankelijk is het Nederlandstalig netwerk in Brussel? Hoe meertalig kan dat netwerk zijn of worden? Is dat oké? En wat met de perceptie? Kunnen media daar iets in betekenen? Of is het aan de Brusselaars zelf? Het zijn maar enkele vragen die de voorbije maanden aan bod kwamen op de focusavonden van Model NL en heel wat input genereerden voor de summit van 18 januari. Een aanzet:

Kansen

‘Je krijgt meer kansen als je meer Nederlands kent’. Daar was iedereen die we de voorbije maanden spraken het over eens. Toch is enige nuance op zijn plaats. Zo is het belangrijk de verwachtingen af te stemmen op de realiteit. Meer dan de helft van de werkgevers in Brussel vragen naar meertaligheid bij sollicitanten, terwijl niet elke job meertaligheid vergt. Soms is een klein beetje Nederlands voldoende. Onze sprekers op focusavond #1 wijzen ook op de verantwoordelijkheid van die werkgevers. Verwachten dat een werknemer Nederlands kan is één iets, daar zelf initiatief voor nemen door hen te begeleiden is een wenselijke stap vooruit. Daarbij mogen de hoogopgeleiden niet vergeten worden. Wie bijvoorbeeld een kaderfunctie wil in een groot bedrijf, moet beter Nederlands kunnen. En Engels, om mee te kunnen met de internationale context.

Wanneer we het over onderwijs hebben, valt meteen ook ‘meertaligheid’. We moeten fier zijn op het Nederlands, maar ook openstaan voor andere talen, klinkt het. Sommigen pleiten ervoor om de thuistaal toe te laten op school, anderen willen meertalig onderwijs van in de kleuterklas. Toch lopen de meningen hier uiteen: wat met het niveau Nederlands als je meerdere talen onderwijst? Is die formule niet eerder geschikt voor taalgevoelige kinderen? Tijdens de drie focusavonden wordt ook gekeken naar het Franstalige onderwijs in Brussel. Het Nederlands dat er onderwezen wordt, moet beter. Waar zijn de native speakers Nederlands in de immersiescholen? Hoe kunnen we verwachten van jonge Brusselaars dat ze Nederlands kunnen als de school er niet om geeft?

Nederlandstalig netwerk

Het Brussels Nederlandstalig netwerk barst uit zijn voegen. In 2015 vonden zo’n 350.000 mensen de weg naar de gemeenschapscentra. Vorig jaar waren dat er meer dan 400.000. Ook de Nederlandstalige speelpleinwerking zit in de lift. In twee jaar tijd verdubbelde het aantal inschrijvingen. Kan het Nederlandstalig netwerk dat succes aan? Zijn de organisaties klaar voor een volwaardige diverse werking? Welke plaats krijgt het Nederlands dan in zo’n model? Er is geen eenduidig antwoord, want elke deelorganisatie van het Nederlandstalig netwerk heeft een eigen missie. Die bepaalt hoe er wordt omgegaan met Nederlands en met meertaligheid.

‘Nederlandstaligen moeten wat meer taalassertiviteit aan de dag leggen’, klinkt het op focusavond #2. Sommige sprekers vinden dat Nederlandstaligen meer op hun strepen moeten staan en niet zo snel mogen overschakelen naar een andere taal. Anderen vinden dit ondergeschikt aan hun missie om een ‘warm huis’ te zijn waar het doelpubliek zich goed voelt of waar mensen elkaar ontmoeten. Bovendien is tweetalig communiceren daarom voor hen een must. Ook het woord ‘moeten’ valt. In hoeverre verplicht je deelnemers van dat Nederlandstalig netwerk om Nederlands te praten of nodig je hen gewoon uit dat te doen?

Perceptie

Welke perceptie hangt er rond Nederlands in een meertalig Brussel? En als die versnipperd is, hoe kunnen we daar iets aan doen? Het levert heel wat meningen en ideeën op tijdens focusavond #3. Al snel blijkt dat er al heel wat stappen zijn gezet. Doorheen de geschiedenis van België werd taal makkelijk geassocieerd met identiteit. Dat is nu minder dan vroeger. In Franstalig België is de ‘aversie’ voor ‘le Flamand’ weggeëbd, onder meer door de naam en faam van het Nederlandstalig onderwijs in Brussel. Toch is Nederlands voor velen nog altijd de taal van het werk en zelden de taal van het hart. Om die perceptie te keren, is er vooral voor de media een rol weggelegd. Als zij de kennis over Brussel vergroten en de stad meer op een positieve manier in de aandacht brengen, verandert dat de perceptie als vanzelf, klinkt het. Bovendien kunnen de media nog meer doen, door af te stappen van één standaard Nederlands en zich open te stellen voor ‘soorten’ Nederlands, geïmporteerd door de vele dialecten in ons land, maar ook door de accenten van anderstaligen en nieuwkomers. Geen verarming van de taal, maar een verrijking.

We kijken ook in eigen boezem. Leven de Brusselaars te makkelijk in hun eigen ‘taalbubbbel’? De meningen zijn verdeeld. Sommigen vinden het moeilijk om uit hun bubbel te ontsnappen en aansluiting te vinden bij andere gemeenschappen in de stad. Anderen doen dat makkelijker, net omdat Brussel zo meertalig is. Conclusie: bruggen bouwen!

 
 
Model NL Events