Geschreven door Nimfa Tegenbos

Samenraapsel

 
 

Nimfa groeide op bij Leuven en woont nu in Schaarbeek.
Samen met een Franstalige Brusselaar, en een tweetalige peuter. En een heleboel anderstalige buren. Hier lees je elke twee weken haar taalimpressies in een meertalige stad.

Renée Lorie schetst er telkens een beeld bij.

 

Renée Lorie

Op wie zal hij lijken? Op beiden blijkbaar. Mijn koppigheid, het putje in de kin van de
papa. Hij is een mengelmoesje. Mijn zoon is een mengproduct. En dat zijn ook de woorden die uit zijn mond stuiteren. Hij is twee nu, en een beetje.

Hij zegt dingen als: ‘Mama, chaussures uit.’ Of: ‘Cache, mama, kom nu.’ Hij verstopt zich graag.

Mijn moedertaal is Nederlands, maar wel met een heleboel Franse woorden er in. Vraag mij niet wat de koppeling, de ontsteker, de bagagedrager, de koppakking, de stootrand of de koplampen van een auto zijn. Wat ik wel ken? De embrayage, de bougies, de porte-bagages, de joint de culasse, de pare-chocs en de phares.

Mijn vader repareerde wel eens een wagen. En, hij groeide op in de rand van Brussel. Mijn vader die bijpraat met zijn moeder, aan de telefoon. In Wezembeeks dialect, doorspekt met Franse woorden. Zo onverstaanbaar een andere taal.

Laatst ontmoette ik de tienerzoon van een vriend. Hij was op weg van school naar huis. Vlotjes sprak hij omstaanders aan in het Frans. Zijn hoofd herbergt nog twee andere talen: het Duits en het Nederlands. Nog een mengelmoesje.

Mijn zoon staat geregistreerd als Franstalig. Wat een gemiste kans. Hij is minstens tweetalig. En sowieso zal hij meertalig worden. Zijn taal? Een allegaartje van standaardtalen, invloeden, leenwoorden, tussentaal en een luttel dialect. Ook zijn taal is een samenraapsel.

Letterlijk. Het begon met een appel. Hij eet gulzig fruit. Met zijn kleine vette vinger wees hij naar de bol met het steeltje en zei luid en duidelijk: pomme. Ja, schat. Dat is een… appel.

Geknars in de hersentjes. Wat is er mis met pomme? Ach, we lossen dat wel op, smoezelden de hersentjes. En de dag erna wees hij naar de roodgroene vrucht en zei: appel. Maar toen kwam papa thuis, nam hem in de armen en vroeg: ‘Tu manges une pomme?’

Net geen geknapte hersentjes. Er bleek wel degelijk een oplossing. Eén van de volgende dagen wees het mengelmoesje naar de mand met appels en zei: appomme. Zijn eerste neologisme.

PS Maak je geen zorgen. De hersens van mijn zoon hebben ondertussen begrepen dat er voor elk ding minstens twee woorden zijn.

 
 
Evenementen Model NL